Voor het eerst ben ik mee met een delegatie vanuit de stedenband Leiden – Buffalo City. Meer nog dan mijn te leveren bijdrage aan het jubileumprogramma van ons tienjarig bestaan hier, is mijn verblijf in de zusterstad bedoeld als een verkennersmissie. De delegatie is tot zondag 23 november in Buffalo City.
C-section klinkt als een gevangenisafdeling, en dat is het gebied eigenlijk ook. In dit deel van krottenwijk Duncan Village zitten mensen gevangen in hun uitzichtloze bestaan, zonder geld of werk, en zonder eten. De eerste keer dat Sara van de Leidse delegatie in Buffalo City er is geweest, bezoekt ze een krot waar ze op wat lappen een uitgemergelde vrouw ziet liggen. Die haalt de avond niet, denkt ze. Als ze weggaat maar even later terugkeert, ziet ze in een hoek een baby liggen, al net zo uitgemergeld.
Het is al jaren geleden dat ze dat zag, ,,maar dat beeld zal nooit meer uit mijn herinneringen verdwijnen’’, vertelt ze. Sara is met Marjan in de Leidse zusterstad om een vervolg te geven aan het HIV/Aidsproject, dat al jaren loopt, met opnieuw twee jaar wordt verlengd en waarvan VNG International het leeuwendeel financiert. In de Daily Dispatch van die dag staat het verhaal over Sue Davies, die genomineerd is voor een gerenommeerde nationale prijs, omdat ze zich ontfermt over mensen met HIV of Aids in de illegale sloppenwijk Mzamomhle. Volgens het krantenbericht krijgt ze er elke week 900 patiënten bij, onder wie 600 kinderen.
Op bezoek in het stadskantoor legt Darby, international relationships manager, mij uit dat de gemeente probeert om mensen uit de krotten van Duncan Village te herhuisvesten in Reeston, waar Buffalo City stenen huizen voor ze bouwt. Tegelijkertijd ontstaan aan de andere kant van de stad nieuwe sloppenwijken zoals Mzamomhle. Darby vertelt ook dat mensen die een nieuwe woning hebben gekregen, deze weer verkopen om van het geld te leven, en terugkeren naar Duncan Village waar ze een nieuw krot bouwen.
‘Informal settlements’ als Mzamomhle zijn plekken waar, naar ik veronderstel, mensen van het platteland in trekken. In de hoop in de stad iets van werk te vinden. En werk in dit land, in deze stad East London, is betrekkelijk. Dat is meestal geen baan. Als hulpje bij het uitparkeren scharrel je op een dag ook wat rands bij elkaar. Of je verkoopt bloemen op een kruispunt.
Ik koop er een bosje seringen en zet ze op tafel in de binnentuin met zwembad van ons guesthouse Chamberlain. Ik doe dat een dag later opnieuw. En ik maak school, eigenaresse Barbara van Chaimberlain vraagt een medewerkster om ook een paar bossen te kopen. Ze staan in de keuken op het aanrecht.
Als bestuurslid public relations en als coördinator van de lustrumfestiviteiten in Leiden is het de bedoeling dat ik hier op verkenning uit ga. Ik draai mee in lopende projecten en krijg mijn eigen aandeel in het jubileumprogramma in Buffalo City. Daarvoor hebben we alleen al vijf kilo kaas meegnomen, waarvan iedereen ons vraagt ‘hoe we dat door de douane kregen’. De kaas die ze hier eten, is geraspte kaas (op boterhammen).
De festiviteiten in Buffalo City beginnen maandag met een gala waar de dresscode ‘formeel of traditioneel’ is. Bij een Indiër in winkelcentrum Vincents koop ik een blouse met een traditoneel werkje, niet te flashy, maar ook niet te goedkoop. Later in de week wordt mij een ingelast bezoek aan C-section beloofd.
Laatste reacties